Congo is op 30 juni 2010 vijftig jaar onafhankelijk. Maar
wat valt er te vieren? Het land wordt geteisterd door armoede, terreur, trauma’s
bij voormalig kindsoldaten en slachtoffers van mensensmokkelaars. Is er een
lichtpuntje in de recente geschiedenis van het land waarvoor de vlag uitgehangen
kan worden? Ja, dat is er zeker: de negentig miljoen inwoners van Congo en hun
levensverhaal.
De Belgische cultuurhistoricus David van Reybrouck ging op
zoek naar zo veel mogelijk Congolese ooggetuigen en verwerkte hun gezamenlijke
historie in het boek ‘Congo, een geschiedenis’. Het is een dik geschiedenisboek
in romanstijl geschreven. Daardoor leest het erg vlot. Congo wordt beschreven
in het prekoloniale tijdperk, toen het land enkel nog als witte vlekken op
Europese landkaarten voorkwam. Het vervolgt met de koloniale periode, onder
koning Leopold II en het Belgisch bewind, waarna het boek besluit met de
postkoloniale jaren van 1960 tot en met 2010. Aan de hand van archiefmateriaal,
maar vooral door de beschrijvingen van de ooggetuigen wordt het volledige
verhaal verteld.
Bij de start van zijn onderzoek ging Van Reybrouck op zoek
naar zoveel mogelijk ‘gewone’ mensen die hem de drie fasen van de Congolese geschiedenis
konden doen bevatten. “Alleen: hoe begin je daaraan in een land waar de
gemiddelde levensverwachting het afgelopen decennium lager dan 45 jaar was? Het
land werd 50, maar de inwoners werden het niet meer”, schrijft Van Reybrouck in
zijn inleiding. Hij was ietwat naïef in het project gestapt. In Congo was hij
nog nooit geweest. “Het duurde echter een poos voor ik besefte dat die
gemiddelde levensverwachting in Congo vandaag niet zo laag is omdat er weinig
ouderen zijn, maar omdat er zo veel kinderen sterven. Het is de
verschrikkelijke kindersterfte die het gemiddelde naar beneden haalt.”
Dankzij zijn open insteek weet de schrijver toch een verhaal
neer te zetten dat zijn weerga niet kent. Hij ontmoet vele ‘gewone’ mensen die
zeer speciaal zijn. Als mooie binnenkomer vertelt Van Reybrouck over zijn
ontmoeting met Nkasi. Deze man blijkt te zijn geboren in 1882 en was in 2008
dus 116 jaar oud. “Hij sprak over gebeurtenissen uit de jaren tachtig en
negentig van de negentiende eeuw die hij alleen uit eigen ervaring kon kennen.
Nkasi had niet gestudeerd, maar kende historische feiten waar andere bejaarde
Congolezen uit zijn gebied geen weet van hadden.”
De tijd van de slavenhandel was al voorbij voor Nkasi werd
geboren. Die nare, lange periode had van 1500 tot 1850 geduurd. “Heel de
westkust van Afrika was erbij betrokken, maar het gebied rond de monding van de
Congo-rivier het meest intens.”
Al gauw na de slavenhandelaren kwamen de kolonisten. Van
Reybrouck heeft zelfs voor deze episode meerdere bronnen gevonden die konden
vertellen hoe zij die tijd beleefden. Het boek is daarmee heel erg het verhaal
van de Congolezen geworden en niet dat van de Europeaan. En terecht, want het
is tenslotte ook hun geschiedenis.
Zo wordt de ontdekkingsreiziger Stanley beschreven als hij
voor het eerst de rivier de Congo helemaal afzakt. Dit verhaal wordt echter
verteld vanuit de ogen van de jonge Disasi Makulo: “De streekbewoners van
Disasi Makulo dachten dat ze een fantoom hadden gezien. Ze konden niet weten
dat er vele duizenden kilometers noordelijker een kil en regenachtig continent
was waar in de afgelopen eeuw zoiets banaals als kokend water de geschiedenis
had veranderd. Zij wisten van geen Industriële Revolutie die het aanzien van
Europa had veranderd. (...) Het regende uitvindingen en ontdekkingen in Europa,
maar in Centraal-Afrika druppelde dat niet door. Het zou een lange middag
gevergd hebben om hun uit te leggen wat een trein was.”
Ook Nkasi spreekt nog vol verbazing over het moment dat hij
voor het eerst blanke
zendelingen ontmoet: “Het gesprek ging met horten en stoten,
het waren slechts flarden herinnering die ik kreeg, maar het feit dat hij een
eeuw later nog herinneringen had aan de komst van de blanke zendelingen, geeft
aan hoe bijzonder dat was”, schrijft Van Reybrouck.
In Europa werd de kolonisatie van Congo door België als
ongevaarlijk ervaren. De Verenigde Staten waren toen nog geen grootmacht.
Erkenning door Duitsland was in die tijd cruciaal om daadwerkelijk de kolonie
te krijgen, zonder daardoor in conflict te komen met de andere mogendheden.
“Bismarck vond Leopolds plan behoorlijk krankzinnig. De Belgische vorst maakte
aanspraak op een gebied zo groot als West-Europa.” Toch tekende Bismarck, en
van 1885 tot en met 1908 was Congo bezit van koning Leopold II. In 1908 annexeerde
de Belgische Staat het land. Congo bleef nog tot 1960 een Belgische kolonie.
Op 13 januari 1959 mocht koning Boudewijn de aanstaande
onafhankelijkheid wereldkundig maken. “Ons besluit vandaag is zonder schadelijk
dralen, maar zonder onbezonnen haast de volkeren van Congo naar de
onafhankelijkheid in voorspoed en vrede te leiden”, luidde de radiospeech van
koning Boudewijn. Van Reybrouck beschrijft de gevolgen van deze boodschap. “Het
vooruitzicht op een politieke omwenteling maakte bij velen bestuurlijke
ambities wakker. Nieuwe partijen schoten als paddestoelen uit de grond. Eind
1958 waren er nog maar zes, anderhalf jaar later honderd.”
Het waren bizarre tijden, die Van Reybrouck in het boek
duidelijk in kaart heeft gebracht. Aan de geschiedschrijving voegt hij ook de
mening toe van hoe jongeren anno 2010 tegen die gebeurtenissen aankijken. Hij
ervaarde tijdens zijn reizen in Congo dat de dekolonisatie volgens velen veel
te snel is gegaan. Hoewel de mensen vijftig jaar geleden handelden naar de
slogan ‘Liever arm en vrij dan rijk en gekoloniseerd’, vroegen jongeren in
Kinshasa Van Reybrouck nu: “Hoe lang gaat die onafhankelijkheid van ons nu nog
duren?”
Voor hun ouders kon de onafhankelijkheid van Congo niet
vroeg genoeg komen. De onderhandelingen over de datum van de grote dag
verliepen dan ook zeer verwonderlijk. “Bolikango gaf een boude voorzet en
stelde 1 juni 1960 voor, volgens het oeroude, Vlaamse devies: ‘Nee heb je al,
ja kun je krijgen’. De Belgen reageerden verrast: dat was over nauwelijks vier
maanden! Wat konden ze daar nog op antwoorden? Hun tegenvoorstel was 31 juli.
Twee maanden respijt. Nog steeds geen vetpot, maar vooruit. Dertig juni dan
maar? Lag dat niet in het midden? Eenmaal, andermaal, verkocht! Op 30 juni 1960
zou Congo onafhankelijk worden. De kogel was door de kerk. Congolezen én Belgen
applaudisseerden in het Congrespaleis. Niemand in de Congolese delegatie had
gedacht dat het zo makkelijk zou gaan, iedereen was stomverbaasd.”
De belangrijkste figuren uit het recente verleden worden
vanaf hun jonge jaren beschreven. De lezer komt zo meer te weten over wie
Partrice Lumumba was, en wat Mbutu in zijn jonge jaren deed voordat hij Congo
32 jaar jaar als dictator bestuurde. Maar omdat in dit boek daarnaast ook de ‘de
man van de straat’ spreekt, komt de geschiedenis van Congo echt tot leven.
Tijdens het lezen kunnen gebeurtenissen worden ervaren alsof je erbij bent. Van
het ‘gewone’ leven tot en met het geweld en de conflicten.
Het is vanuit Europees perspectief soms onbegrijpelijk dat
er in Afrika op zo’n grote schaal nog gevochten wordt. Voor wie wil weten hoe
dat zo is gekomen, is dit boek echt een aanrader. Of zoals Van Reybrouck
schrijft als hij in 2010 te horen heeft gekregen dat Nkasi op 118-jarige
leeftijd is overleden: “Ik keek door het raam. Brussel beleefde zijn laatste
dagen van een winter die maar niet wilde wijken. En terwijl ik daar zo stond,
bleef ik maar denken aan die banaantjes die hij me bij onze eerste ontmoeting
had toegeschoven. ‘Neem maar, eet maar.’ Zo’n warm gebaar, in een land dat
zoveel vaker in het nieuws komt met zijn corruptie dan met zijn
generositeit.”
Op 30 juni 2010 schreef De eerste Adolf Hitler: http://www.youtube.com/watch?v=2bu3aLKyPWw&feature=related
Op 30 juni 2010 schreef link: http://www.youtube.com/watch?v=qx2Sj1fhSso
Op 30 juni 2010 schreef Matonge: Ook het boek ’De geest van koning Leopold’ van historicus Adam Hochschild is een aanrader.
Vooral op de rubberplantages hanteerde de Belgen een meedogenloos regime. Van Congolezen die niet hard genoeg werkten, werden de handen afgehakt of familieleden vermoord. Soms werden zelfs hele dorpen in brand gestoken. Historicus Adam Hochschild schrijft in zijn boek ’De geest van koning Leopold’ dat er vier tot acht miljoen mensen omkwamen tijdens diens wrede bewind.
Op 30 juni 2010 schreef Sjoerd: Na het lezen van het boek van David van Reybrouck viel me op dat er niet veel aandacht wordt besteed aan het bloed dat kleeft aan het Belgisch koningshuis en regering. De Belgische regering en koningshuis heeft tot op de dag van vandaag nog steeds geen excuus aangeboden voor de slachting van miljoenen Congolezen. Misschien is deze bloedige pre-Holocaust periode uit het Belgische kolonialistische tijdperk zo een inktzwarte bladzijde uit de geschiedenis dat het niet gelezen kan worden.