Cultuur speelt in
politiek – en zeker in de Europese politiek – een grote rol. Filosoof Max Weber
stelde al in de negentiende eeuw dat cultuur het politiek en economisch
handelen sterk beïnvloedt. De Europese Unie is daarbij een verband van vele
culturen dat verschillen duidelijk naar voren doet komen. De Griekse
begrotingscrisis is een goed voorbeeld hoe verschillen in culturen zelfs tot
interne crisis kunnen leiden. Bijna dertig jaar
geleden, in 1981, trad Griekenland toe tot de Europese Unie. Geografisch gezien
– Griekenland lag totaal niet in de buurt van de West-Europese staten die toen
samenwerkten – was het niet heel logisch om Griekenland toe te laten. Een
belangrijke reden om dit wel te doen was het idee dat Griekenland ‘de vader van
de Europese democratie’ is. Dit was ongeveer het enige argument dat voor
toetreding pleitte, een andere reden om Griekenland niet toe te laten was
bijvoorbeeld de begroting. In 1981 was die namelijk nog staatsgeheim en – zo
bleek het later – totaal niet op orde.
Inmiddels blijkt dat de
Griekse overheid jarenlang bewust foutieve begrotingsinformatie heeft
doorgegeven aan de Europese Unie. Zowel linkse als rechtse regeringen
sjoemelden met de data en pasten op grote schaal boekhoudtrucs toe. Daardoor is
een schrikbarend hoog begrotingstekort boven water gekomen, terwijl Europese
landen juist het Stabiliteitspact hebben opgesteld om de euro gezond te houden.
Een land mag een begrotingstekort van maximaal 3 procent van het BNP hebben en
de staatsschuld mag maximaal 60 procent zijn. Ter vergelijking: Griekenland
heeft een begrotingstekort van 12,7 procent en een staatsschuld van 113
procent.
De Griekse premier Giorgos Papandreou heeft daarom bezuinigen
aangekondigd die 4,8 miljard euro moeten opleveren. Hiervoor toert Papandreou door
Europa om zo veel mogelijk steun te krijgen van de andere eurolanden. De EU
reageerde enthousiast op de aangekondigde bezuinigingen, al vond ze deze nog
niet ver genoeg gaan. De Grieken daarentegen waren helemaal niet blij. Grote
stakingen legden het land meerdere malen volledig plat.
Toen de premier
Papandreou in Duitsland was om bij bondskanselier Angela Merkel (CDU) meer
steun te vragen, riepen haar partijgenoten Frank
Schaeffler en Marco Wanderwitz in het Duitse Bild op tot een “grote veiling van de Griekse
eilanden”. Want wanneer Duitsland Griekenland zou helpen, zou het er namelijk
wel wat voor terug moeten krijgen, stelden de twee in het tabloid. “Wij geven
geld, jullie geven ons Corfu… en de Acropolis!”
Een paar dagen later schreef Bild een open brief aan de Griekse premier om de
culturele verschillen tussen beide landen te benadrukken. De brief werd onder
andere door de Engelse pers overgenomen en er werd gelachen om het Duitse
pleidooi “Greeks should get up early”.
“Beste premier,
Als
u dit leest, bent u in een land dat anders is dan het uwe. U bent in Duitsland.
Hier werken mensen tot hun 67e en is er geen veertiende maand voor ambtenaren.
Hier hoeft niemand 1.000 euro te betalen om een ziekenhuisbed te bemachtigen.
Onze benzinestations hebben een administratie, zelfs taxi’s geven bonnetjes en
boeren strijken geen miljoenen EU-subsidie op voor hectares aan niet-bestaande
olijfboomgaarden. Duitsland heeft ook hoge schulden, maar hier weten we mee om
te gaan. Dat komt doordat we vroeg opstaan en de hele dag werken. Wij willen
vrienden zijn met Griekenland. Daarom heeft Duitsland uw land al 50 miljard
euro gegeven sinds uw toetreding tot de euro.”
In Griekenland viel het verzoek niet heel lekker. Er heerste de laatste
tijd al tamelijk anti-Duitse sentimenten. De reden hiervoor was de publicatie
van een gefotoshopte Venus van Milo
die haar middelvinger opsteekt in het Duitse weekblad Focus. Het onderschrift van de foto luidt: ‘Bedriegers
in de eurofamilie’. Het tien pagina tellende artikel gaat over de 1.000 jaar
verval in de geschiedenis van Griekenland. De Grieken reageerden furieus en
riepen op tot een boycot van Duitse producten. De leus “koop liever een Renault
dan een Mercedes” lijkt nu ook daadwerkelijk gevoeld te worden door autodealers
in Griekenland.
Door: Erik Wallert.
De cover zette de
relatie met Duitsland onder druk toen de Griekse parlementsvoorzitter Filippos
Petsalnikos naar aanleiding hiervan de Duitse ambassadeur op het matje riep.
Ook premier Papendreou werd op de vingers getikt door Free Press Watch, omdat hij de publicatie had geprobeerd via
diplomatieke wegen te voorkomen.
De parlementsvoorzitter
ging echter nog een stapje verder door de oorlog erbij te halen. Niet alleen is
de “Duitse diefstal van Grieks goud” in de Tweede Wereldoorlog een reden voor
het huidige begrotingstekort, meende hij. Griekenland heeft ook nog geen
herstelbetalingen ontvangen voor de strooptochten die in noord-Griekenland
werden gehouden en de zware verliezen in manschappen die de Grieken hierbij
hebben geleden.
Maar niet alle Grieken
voelen zich gekrenkt in hun nationale trots. De Griekse journalist Jannis
Pretenderis is bijvoorbeeld erg kritisch over deze nationalistische reacties.
Hij beschuldigde de parlementsvoorzitter van het willen invoeren van censuur in
Duitsland door de Duitse ambassadeur aan te spreken. En hij klaagde dat de Griekse
media de woede bewust met een grote dosis populisme brengen. Volgens hem is dit
een gevolg op “het willen bevredigen van het nationale publiek.” Hij laat zien
dat politici die voor de crisis aan populariteit hadden ingeboet, nu het hardst
schreeuwen om de Duitse herstelbetalingen van de Tweede Wereldoorlog, zoals
Petsalnikos. Zo richtte ook de burgemeester van Athene, Nikitas Kaklamanis zich
tot bondskanselier Merkel met de herinnering aan de Griekse uitgemoorde dorpen
tijdens de Duitse bezetting. Ook hij kampt met steeds verder dalende
populariteit. Verder merkte hij op dat de Griekse reactie op de Duitse
publicatie wel akelig overeenkomt met de Iranese reactie op de Deense cartoons
over Mohammed.
Binnen de EU bleek het moeilijk overeenstemming te vinden over het
helpen van Griekenland. Sommige staten, waaronder Nederland, waren van mening
dat Griekenland zichzelf in de nesten heeft gewerkt door te liegen over de
begroting en daarom bij het IMF moet aankloppen, dat meer ervaring heeft met
zulke problemen dan de EU. Maar Olli Rehn,
Eurocommissaris voor Monetaire Zaken, waarschuwde daarentegen dat als Europa Griekenland laat vallen, de
internationale geloofwaardigheid van de Europese Unie op het spel staat. Dit is
vooral voor de grote EU-landen een bron van zorgen omdat ze bang zijn een flater te
slaan tegenover China. Aan de andere kant is het aannemelijk dat Griekenland
geen uitzondering is en navolging zou kunnen krijgen. In dat geval zou
Griekenland te hulp schieten een slecht signaal zijn voor andere, onzorgvuldig
opererende landen. Eurocommissaris Rehn
verwees met zijn waarschuwing naar andere mediterrane staten, ook wel
‘PIGS’ genoemd
(Portugal, Italië, Griekenland en Spanje). Portugal kondigde recentelijk
ook
aan fors te gaan bezuinigen. Bij andere (Oost-)Europese, maar vooral
dus mediterrane staten wordt voor
vergelijkbare begrotingsproblemen gevreesd. Inmiddels zijn de Eurolanden op
25 maart overeengekomen dat Griekenland voor het lenen van extra geld bij het
IMF moet aankloppen. De eurolanden zijn dan wel bereid om extra geld bij te
leggen. Het besluit bevat nog geen concrete bedragen en is voornamelijk als een
signaal naar de kapitaalmarkten bedoeld. Hier blijkt culturele invloed wederom
een rol te spelen, aangezien het besluit opmerkelijk genoeg op Onafhankelijkheidsdag is gesloten, een Griekse
nationale feestdag is gesloten, de dag die de Grieken
zien als het begin van de huidige Griekse staat.
Is er een tendens onder de mediterrane
landen te ontdekken? Volgens bioloog Carl Linnaeus wel. Hij benoemde het ‘noord-zuid’-stereotype in de achttiende eeuw door de humeurenleer van Hippocrates aan
klimaat te koppelen. Hippocrates stelde in de vierde eeuw voor Christus dat
mensen met een teveel aan slijm (flegma) een kalme en beheerste aard zouden
hebben. Linnaeus koppelde dit aan noordelijke klimaatzones, waar volgens hem
mensen bedachtzaam en individualistisch zouden zijn. Daarentegen zouden mensen
met teveel gal (cholerisch) volgens Hippocrates opvliegend en prikkelbaar zijn.
Dit koppelde Linnaeus aan zuidelijke klimaatzones, bijvoorbeeld rond de
Middellandse Zee. Deze samenlevingen zouden gekenmerkt worden door
collectivisme. Ook filosoof Montesquieu onderstreepte deze gedachtegang.
Hebben
deze ‘olijfolielanden’ dus een andere financiële cultuur? Deze zuidelijke
landen leunden voor de euro veelal op devaluaties van de munt, maar dat is met
de euro niet meer mogelijk. Veel noordelijke landen zijn gepind op het laag
houden van inflatie. Nu alle landen deel uitmaken van dezelfde eurozone, komen
deze verschillen duidelijker dan ooit naar voren.
Maar niet alle hoop is vergeven voor de EU. Wat de Griekse crisis vooral
duidelijk heeft aangetoond, is dat cultuurverschillen ook tot nieuwe inzichten
leiden. Het uitwisselen van de verschillende financiële inzichten, waar de EU
een goed platform voor is, leidt zodoende tot verbetering. En het relativeert.