Europese regeringen zijn er om burgers te vertegenwoordigen en gerust
te stellen. Maar de afgelopen jaren jagen ze hen continu de stuipen op het
lijf. Terrorisme, vliegtuigrampen, griepepidemieën en natuurrampen voeden de
angst onder de bevolking en leggen de vrijheid aan banden. De politiek en de
media gebruiken dit soort incidenten om de aandacht van de burger te trekken.
En de burger wordt steeds alerter. Maar in wiens belang?
‘Wakker schreeuwen’, was de titel van de column van Youp van 't Hek in
het NRC Handelsblad na de commotie op
de Dam in Amsterdam op 4 mei. Van ’t Hek vindt de reactie van de bevolking maar
overdreven. “Natuurlijk was het moment onhandig, maar eigenlijk ook wel weer
leerzaam. Inmiddels heeft de stumper zijn excuses aangeboden. Maar weet hij
veel. Hij is niet ziek. Wij zijn het. Opgefokte doodsangst beheerst ons leven.”
Dat vindt ook massapsycholoog
en hoogleraar van de Rijksuniversiteit Groningen Hans van der Sande. Hij vertelt
in een interview op Radio 1 naar
aanleiding van 4 mei dat burgers eigenlijk nog nooit zo veilig geleefd hebben als
nu. “We worden twee keer zo oud als honderd jaar geleden en er gebeuren veel
minder ongelukken dan vroeger, terwijl er veel meer mensen zijn. Toch zijn we
nog nooit zo bang geweest.” Dit heeft er volgens hem mee te maken dat mensen
nooit meer ongelukken zien en nooit meer iets vreselijks meemaken, waardoor ze
sneller bang zijn voor het onbekende dan voor het bekende.
Door: Erik Wallert
De media is
hier volgens Van der Sande niet helemaal van vrij te pleiten. Voor de
media is volgens hem alles wat sensationeel is of erop wijst dat er gevaar
dreigt, een middel is om te scoren. “Scoren is een soort naaste
religie geworden”, aldus Van der Sande. “Als het gevaarlijk is, weet je dat het
veel kijkers trekt.”
Hoewel de huidige Nederlandse bevolking zich het meest zorgen maakt
over de economie, is 4 mei een voorbeeld dat angst de samenleving beheerst. In
2006 noemde Edwin Bakker van Instituut Clingendael in Internationale Spectator Nederlanders al ‘het bangste volkje van Europa’. Toen bleek dat 40 procent
van de Nederlanders terrorisme als grootste probleem zag waar het land mee werd
geconfronteerd. Dit was veel meer dan de Britten, Spanjaarden (die vanwege
aanslagen veel meer reden hebben tot angst) en Duitsers. In deze landen was
minder dan een derde van de bevolking het meest bang voor terreur. Dat komt
omdat Nederland hier nog nooit echt mee is geconfronteerd. “De afgelopen
twintig jaar zijn er ‘slechts’ twee doden gevallen door terroristische
aanslagen: Pim Fortuyn en Theo van Gogh. En bij Fortuyn kan men eraan twijfelen
of het om een terroristische aanslag ging”, aldus Bakker.
Behalve de Nederlanders doen ook de Denen de titel ‘bangste volkje van
Europa’ eer aan. Deze maand laaide het 'cartoonincident' weer op toen de
cartoonist Kurt Westergaard, die in 2006 in opspraak kwam vanwege zijn
Mohammedcartoons, werd aangevallen tijdens een lezing. Daarna is geprobeerd
zijn huis in brand te steken. Deze incidenten wakkeren in Denemarken de angst
voor terreur behoorlijk aan. En nu spelen net die twee bangste volkjes van
Europa, de Denen en de Nederlanders, tegen elkaar op het WK komende maand in
Zuid-Afrika.
Het komt terroristen wel heel goed uit dat deze twee
bangeriken tegen elkaar spelen, bleek vorige week. Toen verscheen in de media
dat een Saoediër in Irak is opgepakt omdat hij dreigde met aanslagen op de
Nederlandse en Deense WK-spelers, dan wel -supporters. Dit vanwege het beledigen
van de profeet Mohammed. Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken
roept nu de supporters die naar Zuid-Afrika afreizen op om ‘waakzaam’ te zijn.
Maar moet je dat niet altijd al zijn
in een land als Zuid-Afrika? En is het niet juist het doel van terroristen deze
angst onder supporters te zaaien?
Als belangrijkste reden voor angst geeft Bakker niet de
terreurdreiging, maar het zaaien van onrust door bepaalde politici die de problemen
rondom integratie, discriminatie en acceptatie zo benadrukken dat het lijkt
alsof het gevaar van heel dichtbij kan komen. Betrekkelijk kleine incidenten
brengen de samenleving volgens hem in de ban van terrorisme. “Het is juist dit
enorme ‘succes van angst’ dat grote zorgen zou moeten baren.”
Soms komt die angst onder de bevolking de overheid wel goed uit. De
Britse documentairemaker Adam Curtis maakte eind 2004 de driedelige documentaire
‘The power of nightmares’. Hierin
komt naar voren dat angst zaaien niet alleen voor terreurorganisaties, maar ook
voor politici (vooral in Amerika), een politiek wapen is. “Een bevolking die
bedreigd wordt door een onberekenbare, wrede, psychopathische vijand, vraagt
namelijk om veiligheid en zekerheid.” Dit schrijft Wouter Engels op de site Researcher. Die veiligheid is een mooi
item voor politici om op in te spelen.
Volgens Bijzonder Hoogleraar Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht
Maarten van Rossem wordt in de politiek en de media misbruik gemaakt van de
geschiedenis door vergelijkbare gebeurtenissen uit het verleden te benoemen om
een ramp te verduidelijken. Hierdoor worden we juist bang gemaakt. Een
voorbeeld hiervan is de vergelijking van onze economische crisis met de
depressie uit de jaren dertig. “Door die vergelijking krijgen we het gevoel dat
onze crisis ook zomaar vijftien jaar kan duren en een kwart van de bevolking
werkeloos raakt”, aldus Van Rossem vorig jaar op Radio 1. “De omstandigheden van toen waren fundamenteel anders dan
nu. We hebben nu een verzorgingstaat, we zijn veel welvarender en overheden
reageren veel adequater.” Hetzelfde geldt voor de vergelijking van de
Mexicaanse Griep met de Spaanse Griep uit de Eerste Wereldoorlog. “In 1919 was
de bevolking uitgeput en ondervoed.” Volgens Van Rossem is dat niet te
vergelijken met de maatschappij van tegenwoordig.
De vraag is hoe met die angst om moet worden gegaan. Dit behoeft volgens eerder genoemde massapsycholoog Van der Sande een andere samenleving. “Als de overheid een fout
heeft gemaakt waardoor iemand iets vervelends overkomt, krijgt de overheid
meteen een advocaat achter zich aan. Dat willen de mensen ten koste van alles
voorkomen en daardoor wordt alles geregeld. Dit heeft het effect dat mensen
niet meer gewend zijn aan ongelukken en daardoor bang worden.” Een mogelijke
oplossing voor de samenleving is dat vertrouwen in elkaar en in de politiek
moet terugkeren. Als niet alles meer voor de burger wordt geregeld en hij meer
voor uitdagingen komt te staan, zal de zelfverzekerdheid terugkeren. En zelfvertrouwen
bant angst uit. Hier ligt dus de taak voor de overheid.
Zowel de Europese politiek en de media als de internationale gemeenschap
worstelen met de kwestie van berichtgeving en de gevolgen hiervan voor vrijheid
en veiligheid. Bibi van Ginkel schrijft deze maand in Internationale Spectator over de moeilijkheden voor de VN bij het
vinden van de balans tussen vrijheid en veiligheid met name in de strijd tegen
terrorisme. Volgens haar is proportionaliteit
het sleutelwoord, waarin het vinden van een balans tussen het verdedigen van de
belangen van veiligheid en die van vrijheid centraal staan. Volgens Van Ginkel
kan een effectief veiligheidssysteem alleen bestaan als het ten volle respect
toont voor vrijheidsrechten en het daarbij accepteert dat honderd procent
veiligheid niet bestaat.
Die veiligheidsgarantie kan namelijk noch de overheid noch de media
ons geven. Wel moeten ze stoppen de burger te overladen met epidemieën,
terreurdreiging, weeralarmen en ‘wat als’-scenario’s. Hier heeft niemand baat
bij, al helemaal de bevolking niet. In 1933 zei Franklin Roosevelt tijdens zijn
inauguratie als Amerikaanse president: “Het enige waar we bang voor hoeven te
zijn, is de angst zelf”. Westerse burgers zullen er de komende jaren
verstandig aan doen deze les met zich mee te dragen.