Binnen een maand na de aardbeving in Haïti stuurde ZOA vier
zogenoemde Short Term Workers (STW) naar
het land. ZOA heeft een pool van dergelijke STW’ers, mensen met vakkennis en
buitenlandervaring die wonen en werken in Nederland en die beschikbaar zijn om
voor kortere of langere tijd uitgezonden te worden. Al op woensdagochtend 13
januari, een halve dag na de aardbeving, ging bij ZOA de telefoon; het was
STW’er Jos Joosse die meldde direct weg te kunnen. Drie maanden verleende
Joosse ter plekke hulp. Nu is hij terug in Nederland.
ZOA-Vluchtelingenzorg startte na de verwoestende
aardbeving op 12 januari in Haïti met hulpverlening. Hiervoor werkt ZOA samen
met partnerorganisatie Woord en Daad. ZOA heeft veel ervaring in noodhulp en
wederopbouw na rampen en conflicten en blijft tot de zelfredzaamheid van een
gebied is hersteld. De organisatie is met name actief in Azië en Afrika. In de
rubriek Verbeter
de wereld doet ZOA de komende maanden verslag van de wederopbouw in Haïti.
De 64-jarige, gepensioneerde waterbouwkundige Jos Joosse
heeft een bijzondere band met Haïti: “Ik heb er in de jaren tachtig met mijn
gezin een aantal jaren gewoond en gewerkt. Van Haïtianen waar ik nog altijd
contact mee heb, hoorde ik vrijwel direct over de aardbeving en de schaal
ervan.”
In eerste instantie vertrok een medewerker van stichting
Woord en Daad richting het rampgebied om zich te oriënteren op de noden en de
benodigde hulpverlening. Eind januari volgde Joosse met drie andere STW’ers.
Hij zou zich drie maanden bezighouden met constructie, water en sanitatie.
Op
29 april keerde hij terug, vol van de vooruitgang die hij kon constateren, maar
ook met veel verhalen over teleurstellingen en praktische problemen waar hij
tegenaan liep. “Het dreunt na. Ik heb goed afscheid kunnen nemen en het
werk gaat gelukkig door, maar natuurlijk spelen de beelden door mijn hoofd”,
vertelt Jos. Hoewel hij een nuchtere en ervaren man is, ging Haïti hem niet
in de koude kleren zitten. Wat hem van die eerste weken bijblijft, is de
levenden en de doden die letterlijk naast elkaar lagen; de doden onder het
puin, de levenden op de stoepen ernaast. Maar ook dat de Haïtianen ondanks de
schok en het verdriet ‘gewoon’ weer aan de slag gingen. “Ze moesten ook wel, ze
moesten voor eten en drinken zorgen. Er was weinig tijd om stil te blijven
staan.”
Met de drie andere STW’ers huurde Jos een rustig en koel
huis boven op een berg in Petionville. Het was een prettige plek om te
wonen,
ondanks dat het water met emmers tegelijk uit het stopcontact stroomde.
Er was
stroomuitval, zodat het voedsel in de koelkast bedierf. Er was een
gebrek aan
benzine voor de generator en geen water om te douchen of de wc door te
spoelen.
Dit maakte de woonsituatie niet eenvoudig. Toch realiseerden STW’ers
zich dat
dit voor veel Haïtianen luxeproblemen zijn; zij hebben überhaupt geen
koelkast,
zelfs geen voedsel dat zou kunnen bederven.
Na vier maanden – drie van de vier medewerkers zijn
inmiddels terug – begint de afbakening van het werkgebied, de partners
waarmee
samengewerkt gaat worden, en de activiteit duidelijk te worden. ZOA
werkt
samen met de Canadese organisatie CRWRC vlakbij het epicentrum van de
aardbeving. In vijf dorpen in de buurt van de stad Leogane wordt
vooralsnog
vooral huizenbouw en drinkwatervoorziening aangepakt.
Daarnaast wordt de mogelijkheid onderzocht om projecten op
te zetten voor livelihood – een vakterm
voor de verbetering van de inkomenssituatie van mensen. Wellicht door
verhoging
van landbouwopbrengsten of door bedrijvigheid te stimuleren met
trainingen en
microkredieten. Veel mensen in Haïti waren ook voor de aardbeving
al ontzettend
arm en zijn nu hun laatste reserves verloren; een voedselvoorraadje, hun
baan,
hun winkeltje. ZOA wil ze graag helpen om hun bestaan weer terug op de
rails te
krijgen.
Jos kijkt met een goed gevoel terug op de drie maanden in
Haïti. “Mensen zijn blij met wat we gedaan hebben op het gebied van
puinruimen.
Het lijkt simpel, maar de 120 aangeschafte kruiwagens kwamen goed van
pas. Twee
gezinnen krijgen er samen één in bruikleen om het terrein voor
huizenbouw schoon
te maken. Al zingend werd het kruiwagentransport ingeluid. Helaas zagen
we na
twee dagen weinig vorderingen en veel kapotte kruiwagens. Het bleek dat
ze –
made in China – slechts een laadvermogen hadden van vijf kilo. Miskoopje
dus,
maar op de technische school van stichting Woord en Daad hebben
leerlingen
extra ondersteuningen gelast, zodat alsnog flink kon worden opgeruimd.”
Ook is het volgens Jos fijn dat snel het benodigde type
van de nieuwe huizen vastgesteld kon worden. “Mensen zijn er echt blij
mee. De
onderkomens zijn zowel aardbeving- als orkaanbestendig omdat de houten
constructie kan meeveren. Het houten frame is verankerd in een betonnen
plaat.
Het hout is geïmpregneerd en dus ook bestand tegen aanvallen van
insecten. Eigenlijk
zijn het tijdelijke woningen, bedoeld om zo’n anderhalf tot vijf jaar
mee te
gaan. We bouwen ze echter zo dat ze ook geschikt zijn voor permanente
bewoning.
Bovendien kunnen ze worden uitgebouwd als mensen dat willen. Op deze
manier
kunnen de mensen er in de toekomst mee vooruit, en dat is pure winst.”
Inmiddels staan er zo’n vijftig huizen en er komen er in ieder
geval nog 1.050 bij. In elk dorp zijn Advisory Community Committees
opgericht, groepen vrijwilligers in de dorpen die
samen zullen werken met de hulpverleners. Zij hebben dagenlang
meegeholpen met
het afnemen van enquêtes, waarin de situatie van de huizen en de
bewoners in
kaart werd gebracht. De situatie van het huis wordt met een kleurcode
aangegeven: groen heeft geen reparatie nodig, blauw is ondanks lichte
beschadigingen bewoonbaar, geel betekent onbewoonbaar en code rood staat
voor
een totaal vernietigd huis. Na de eerste inspectie worden de huizen nog
door
een technisch adviseur bezocht.
Ondanks de vele succesjes heeft Jos ook teleurstellingen
ervaren. “Ik vond het lastig dat sommige mensen langer in hun tenten
bleven
wonen in de hoop meer hulp te krijgen. Ook de houding van ambtenaren
viel me
tegen; ze controleerden wel of we ons aan de regels hielden, maar verder
hielden ze zich afzijdig. En daarnaast heb je natuurlijk nog de ontmoedigende
gebeurtenissen
waarbij hulpgoederen worden gestolen of hulpverleners bedreigd.”
Daar tegenover stonden voldoende vreugdevolle momenten. “We
waren altijd welkom, werden hartelijk in de tenten genodigd. Helemaal
toen
mensen merkten dat we terug bleven komen, dat we echt naast hen willen
blijven
staan en ze op weg willen helpen met de wederopbouw van hun bestaan.
Naarmate
we de mensen langer kenden, ebde eventuele argwaan merkbaar weg.
Speciaal staat
de dag me bij dat er in een tent een kindje was geboren en ik werd
uitgenodigd.
Prachtig om samen die vreugde te delen.”
De komende vijf maanden gaat de aandacht vooral naar
huizenbouw. Verder komen er in de dorpen waar ZOA werkt waterputten met
daarbij
permanente toiletgebouwen. Dit is meteen een illustratie van Joosses
eerdere
stelling dat de noodzakelijke plannen en planning geregeld aangepast
moeten
worden op basis van de praktijk. De tijdelijke toiletten waren in de
maanden na
de aardbeving essentieel, maar die fase is nu voorbij. De permanente
toiletten
zijn duurder, maar belangrijk voor de hygiëne. Als de pomp en
toiletgebouwen
zijn gebouwd, wordt Unicef uitgenodigd voor een training aan de Committees.
Voor onderhoud en reparaties worden leerlingen van
de technische school opgeleid.
Jos Joosse hoopt van september tot december nogmaals
uitgezonden te kunnen worden. Die mogelijkheden worden nu onderzocht.
Graag zou
hij dan zijn vrouw meenemen, op één voorwaarde. “Ze moet wel aan de slag
kunnen.
Misschien dat ze als verpleegkundige ergens ingezet kan worden. Anders
is het
geen goed idee. Haïti is geen gemakkelijk land om te wonen."