De surveys; enquêtes die huis-aan-huis worden afgenomen, zorgden ervoor dat ZOA in Flon, bij Leogane, tegen
een kleine, functionerende bakkerij aanliep. Alle huizen in het gebied waren
ingestort en de mensen verbleven in tenten. Maar de bakkerij bleef in bedrijf,
ook al was het hoofdgebouw ingestort. Marcelus Daniel bleek de drijvende
kracht.
In Masson kwam Cleeford Dalce op het pad van ZOA, inmiddels hun
steun en toeverlaat bij de dorpsbijeenkomsten en de workshops waarin de
trauma’s van de aardbeving worden besproken.
ZOA-Vluchtelingenzorg startte na de verwoestende aardbeving op 12 januari in Haïti met hulpverlening. Hiervoor werkt ZOA samen met partnerorganisatie Woord en Daad en inmiddels ook met het Canadese CRWRC. ZOA heeft veel ervaring in noodhulp en wederopbouw na rampen en conflicten en blijft tot de zelfredzaamheid van een gebied is hersteld. De organisatie is met name actief in Azië en Afrika. In de rubriek Verbeter de wereld doet ZOA de komende maanden verslag van de wederopbouw in Haïti.
“Tussen al die ingestorte huizen rook ik ineens versgebakken
brood.” Toni Fernhout kan er nog steeds niet over uit. Op zoek naar de bron van
die heerlijke geur, die haar tussen alle ravage extra opviel, vond ze Marcelus Daniel
(40). Met zijn vrouw, hun vijf kinderen en een schoonzus woont Marcelus in een
tent aan de overkant van de weg. Hij had een goedlopende bakkerij met zeven
werknemers. En die heeft hij nog steeds. Alle werknemers doen hun
best om de bakkerij draaiende te houden in de beperkte ruimte die ze hebben.
Hoewel het hoofdgebouw van de bakkerij is ingestort, is de oven gespaard
gebleven.
Omdat de meeste voorraden tijdens de aardbeving verloren
zijn gegaan, kan Marcelus nog niet op volle kracht draaien. Het lukt hem om
ongeveer de helft te produceren van wat hij voor de aardbeving bakte. Eén
ruimte van de bakkerij is nog intact. Daar maken ze het deeg en rollen ze het
door een machine, die hij heeft weten te repareren. Het brood laat hij rijzen
in zijn oude huis, dat beschadigd is maar niet volledig verwoest.
“Sommige klanten zijn wel bezorgd over de hygiëne”, vertelt Marcelus.
“Het is moeilijk om de vliegen weg te houden bij het deeg. Het ligt te rijzen
op de grond, op de veranda, overal waar maar een plekje is.” Hij zou graag weer
uitbreiden, maar de ruimte en het geld is voorlopig te beperkt.
Er zit nog een andere kant aan dit verhaal. Tijdens een
gesprek met de lokale overheid kreeg Marcelus Daniel van de burgemeester te
horen dat deze huizen, die langs de snelweg lagen, waarschijnlijk niet herbouwd
mogen worden. Ook al woonden de meesten hier al jaren, van oorsprong zijn het
illegale huisjes. Marcelus zelf woont er al dertien jaar en zegt dat hij
eigendomspapieren heeft gehad. Maar juridische documenten zijn moeilijk te
krijgen in Haïti. Als je ergens een tijd woont, gaat men er al snel van uit dat
het jouw huis is. Dat het gebouw met eigendomsregistratie in Port-au-Prince is
ingestort, maakt het nog moeilijker om eigendom te verifiëren.
De bakkerij was niet verzekerd, zodat deze familie zo goed
als failliet is – net zoals al hun buren. De weg van wederopbouw is lang en
moeilijk. Gelukkig zijn er mogelijkheden om de mensen die hier langs de snelweg
woonden, elders een stuk grond te geven. Daar kunnen ze herbouwen, ook de
bakkerij van Marcelus Daniel.
Daarbij is het geweldig om de moed en inzet van zoveel
Haïtianen te zien, waarvan Marcelus Daniel dus een voorbeeld is. “Wat ik zo
gaaf vind aan deze bakker, is dat hij niet bij de pakken neer ging zitten. Hij
heeft de boel schoongemaakt en is aan de slag gegaan”, vertelt Toni met
bewondering en enthousiasme. Graag ondersteunt ze deze ondernemer, die een
inkomen voor zeven families mogelijk maakt.
Een andere Haïtiaan die indruk maakt, is Cleeford Dalce. Hij
is een oude bekende; in 2005 heeft hij voor CRWRC (Christian Reformed World Relief Committee) gewerkt. Dat is een partnerorganisatie
van ZOA, waar we ook nu weer intensief mee samenwerken. “We konden voelen dat
hij zo betrokken is bij de mensen hier, hij werkt echt met zijn hart. En hij
heeft een prettige houding. Samen de schouders eronder, niks geen zielig
gedoe van ‘willen jullie ons alsjeblieft helpen'”, vertelt Toni over de eerste
ontmoeting met Dalce. “Toen zijn referenties ook positief bleken, namen we hem met
veel enthousiasme in ons team op.”
Dalce’s huis, dat van zijn oma en van zijn tante, zijn
allemaal verwoest door de aardbeving. Deze huizen waren ook bij de survey betrokken
en net als anderen ontvingen ze zeil en voedsel en komen ze in aanmerking voor
een huisje (zie het artikel van de vorige keer). Nog los van de materiële hulp,
is Cleeford blij met de werkwijze van CRWRC en ZOA. “Jullie kijken echt naar
wat er al is. We hebben een dokter, we hebben technici, we hebben vrijwel
alles. Maar het hing na de aardbeving als los zand aan elkaar. Door de
beschikbare mensen en systemen in te schakelen, heb ik het idee dat de mensen hier
in Masson goede moed hebben gekregen en weer vooruit durven.”
Cleeford zelf is daarvan een uitstekend voorbeeld. Hij was
intensief betrokken bij de survey en bij de distributies. Ook was hij de
drijvende kracht achter de psycho-sociale ‘workshops’; wekelijkse
bijeenkomsten om mensen te helpen om te gaan met hun angst voor een nieuwe
aardbeving.
Hoe gaat zo’n bijeenkomst in z’n werk? In Luitor, één van de
dorpen waar we werken, zitten de vijftig deelnemers buiten, omringd door velden
met suikerriet – een belangrijk exportproduct voor Haïti. Luitor ligt vlakbij
Leogane, het epicentrum van de aardbeving van 12 januari. Cleeford, die eerst zelf
een training heeft gevolgd over het begeleiden van deze workshops, begint
met nuchtere feiten, die hij op een schoolbord schrijft. “De kans op nog zo’n
aardbeving is minder dan drie procent”, vertelt hij. “Het is meer dan
tweehonderd jaar geleden dat Haïti zo’n zware aardbeving heeft meegemaakt.”
Zijn volgende opmerking is al net zo nuchter. “We hebben
niet genoeg geld om ons op zo’n aardbeving voor te bereiden, maar door aan deze
feiten te denken, maken we onszelf mentaal sterker. We hoeven ons geen zorgen
te maken dat het tijdens ons leven nog eens gebeurt.”
Vervolgens leert hij de vijftig aanwezigen – mannen,
vrouwen, tieners, kinderen – enkele eenvoudige oefeningen waarmee ze spanning
te lijf kunnen gaan. Ook legt hij uit dat praten over de ervaringen kan helpen
om spanning en angst te verminderen. Cleeford nodigt de deelnemers
uit om hun ervaringen tijdens de aardbeving te delen. Drie vrouwen vertellen hun
verhaal; gangbare verhalen hier, maar opnieuw wordt glashelder wat een impact
de aardbeving op persoonlijke levens heeft gehad. De verliezen en verwondingen
zijn niet hetzelfde, maar iedereen vertelt over hoe plotseling de aardbeving
kwam en hoe het enige tijd duurde voor ze ook maar een beetje grip konden
krijgen op wat er gebeurd was. “Mensen zijn gestorven, en ik zie er geen reden
voor. Anderen hebben het overleefd, daar zie ik ook geen reden voor. We leven
verder in Jezus’ naam”, verwoordt een deelnemer de wanhoop. Diep doorleefd
klinkt het als de deelnemers gezamenlijk een psalm zingen.
In alle vijf de dorpen zijn drie mensen getraind om deze
workshops te begeleiden. Deelnemers aan deze bijeenkomsten hebben al gemeld dat
ze zich rustiger voelen en minder bang zijn. We zien ook dat mensen
langzamerhand weer terug durven in de huizen die niet of nauwelijks beschadigd zijn.
Na de aardbeving startte ZOA hulpverlening in samenwerking
met organisaties die het land al lange tijd kennen. Met de Nederlandse stichting
Woord en Daad begonnen we in Nederland een grootschalige fondsenwervingsaktie.
Hun hulpverlening na de aardbeving speelt zich met name af in Port-au-Prince.
ZOA’s toegevoegde waarde was daar de ervaring die we hebben met noodhulp na
rampen; met de inzet van door de wol geverfd personeel konden we bijdragen aan
het werk in die eerste moeilijke, chaotische weken.
Maar ook hadden we direct contact met het CRWRC.
Inmiddels is de fase van
wederopbouw aangebroken. Meer nog dan in noodhulp ligt daar onze expertise, met
name in plattelandsgebieden, zoals we werken in onder andere Liberia, Congo,
Afghanistan en Sri Lanka. Dat verklaart dat onze focus in Haïti meer is
verschoven naar de dorpen rondom Leogane. Jos Joosse werd aan het team
toegevoegd voor de ondersteuning van constructie en watervoorziening (zie het artikel van de vorige keer), en Annet Nellen heeft rondom Leogane de situatie
van de medische voorzieningen in kaart gebracht. Beide Short Term Workers zijn
inmiddels terug in Nederland, maar ZOA blijft intensief betrokken bij de
wederopbouw. Niet alleen door financiering, maar ook door op zoek te gaan naar gekwalificeerd
personeel.