ZOA-Vluchtelingenzorg en Woord en Daad hebben de afgelopen tijd veel vluchtelingen in Haïti kunnen helpen door het direct verstrekken van medicijnen, het puin ruimen van bedolven huizen en scholen, het installeren van mobiele klinieken, het geven van water en voedsel; kortom door orde te scheppen in de enorme chaos. Nu, zes maanden later, moet er geconstateerd worden dat de noodhulpfase langer in beslag neemt dan aanvankelijk werd gedacht. ZOA-Vluchtelingenzorg startte na de verwoestende aardbeving op 12 januari in Haïti met hulpverlening. Hiervoor werkt ZOA samen met partnerorganisatie Woord en Daad (W&D). ZOA heeft veel ervaring in noodhulp en wederopbouw na rampen en conflicten en blijft tot de zelfredzaamheid van een gebied is hersteld. De organisatie is met name actief in Azië en Afrika. W&D werkt met lokale partners in Haïti en krijgt hierin steun van ZOA. In de rubriek Verbeter de werelddoet ZOA de komende maanden verslag van de wederopbouw in Haïti.
ZOA heeft al tien procent van haar ontvangen hulpgeld (1,7 miljoen euro) besteed aan de noodhulp in Haïti. Het overige geld gaat naar de fase van herstel, die zeker twee tot vijf jaar gaat duren. Het is lastig om te beginnen met wederopbouw, omdat de situatie in Port-au-Prince en andere getroffen gebieden nog steeds slecht is. Er ligt nog erg veel puin. De overheid moet dat weghalen, maar neemt daartoe weinig initiatief. Toch willen de anderhalf miljoen Haitianen die in meer dan 1.300 tentenkampen wonen, hun leven weer proberen op te pakken. ZOA en W&D willen hen hier graag bij helpen. De vier uitgezonden medewerkers van ZOA-Vluchtelingenzorg zijn inmiddels weer terug in Nederland, maar vanuit W&D is Jaap Noordzij als Program-manager Relief and Rehabilition nog actief. Hij is als noodhulpmanager voor een jaar naar Haïti uitgezonden. Hier coördineert hij het wederopbouwprogramma in Haïti in samenwerking met de partnerorganisaties van W&D, Parole et Action en AMG-Haiti.
Noordzij houdt zich voornamelijk bezig met het Cash-for-work-programma (C4W), een onderdeel van het wederopbouw-programma. Hierbij moet het puin van 35 ingestorte en zwaar beschadigde scholen geruimd worden. Werkloze Haïtianen krijgen op deze manier de mogelijkheid bij te dragen aan de opbouw van hun land in ruil voor een vergoeding, 5 dollar per dag. Het mes snijdt aan twee kanten: aan de ene kant helpt dit om van het puin af te komen, en aan de andere kant creëert het lokale werkgelegenheid.
Het C4W-programma wordt uitgevoerd door verschillende teams. Gemiddeld bestaat een team voor veertig procent uit (wat oudere) mannen, dertig procent (wat oudere) vrouwen en dertig procent jongeren. Deelnemers aan dit programma worden dagelijks uitbetaald. Hierbij wordt gekeken naar de verrichte activiteiten omdat het belangrijk is dat mensen gemotiveerd blijven. Uit de reacties van veel Haïtianen blijkt dat ze het erg prettig vinden om op deze manier weer aan de slag te gaan en zo weer zin aan hun bestaan te geven. Helaas kon nog niet worden gestart met de herbouw van scholen omdat eerst alle beschadigde scholen gesloopt moeten worden. Daarom ligt de prioriteit van het C4W-programma eerst hier. Daar komt bij dat de samenwerking met de lokale overheden heel moeizaam verloopt. Registratie van grondbezit is op veel plaatsen niet helder. ZOA-Vluchtelingenzorg werkt in het getroffen gebied buiten de stad rondom Léogane, samen met de Canadese partnerorganisatie CRWRC (the Christian Reformed World Relief Committee) die al meer dan dertig jaar in Haïti werkt. Deze organisatie weet te melden dat er ondanks de ellende in Haïti wel degelijk successen zijn te benoemen in dit gebied.
De afgelopen tijd is er in ten minste vier wijken vooruitgang geboekt met het monteren van houten frames voor huizen waarvan de muren nog extra worden verstevigd. Deze muren zijn bestand tegen mogelijke orkanen of hevige regenbuien. Ook worden de huizen vastgezet met cement, waarin CRWRC voorziet. De komende periode gaat CRWRC zo veel mogelijk huizen bouwen. Zij gaan door met het verzorgen van psychosociale sessies aan getraumatiseerde Haïtianen (hiermee zijn al achthonderd mensen geholpen), en blijven zij trainingen geven ten behoeve van levensonderhoud. Ook biedt de organisatie een programma aan voor de Haïtianen om hen te helpen hun toekomst weer op te bouwen in hun wijken.
De huizenbouw is in de stad gaat minder snel. Er ontbreekt vaak een adequaat bevolkingsregister en kadastraal systeem. Van veel verwoeste huizen is niet bekend wie er woonde of wie de eigenaar van het land of huis was. De overheid weigert om te komen met voorschriften, richtlijnen en bouwvergunningen. Daarom kiezen de meeste NGO’s voor tijdelijk onderdak, de zogenoemde T-Shelters (Transitionel Shelters), omdat dan het probleem van eigendom minder speelt. Het is nog steeds regenseizoen in Haïti. Hoe is dit in het dagelijks leven merkbaar en hoe is het gesteld met de mensen die nog in tentenkampen zitten? Volgens Jaap Noordzij is het regenseizoen formeel wel zo’n beetje voorbij. “Juli is meestal een droge maand, hoewel het woord ‘droog’ in Haïti relatief is. Het regent af en toe toch nog wel. Het grote probleem is nu het orkaanseizoen. Dat is formeel begonnen op 1 juni, maar de echt krachtige orkanen kun je verwachten in augustus. Gelukkig ligt de stad Port-au-Prince redelijk beschut. Toch kun je er wel vanuit gaan dat er van de tentenkampen niet veel overblijft als er werkelijk een tropische orkaan overtrekt. De NGO’s werken daarom aan rampenplannen en beschermingsmaatregelen.”
Ondanks alle hulp en zorg heeft de aardbeving bij de mensen een zwaar trauma nagelaten. Sommige kinderen durven geen betonnen gebouw meer in te gaan. Vele slachtoffers werden nooit teruggezien, een heleboel lichamen nooit gevonden en veel families zijn verscheurd door verlies en groot verdriet. Een vrouw verloor haar man en overleefde met zes kinderen. Ze verloor zelf een van haar benen. Weg echtgenoot, weg inkomen, weg het leven als valide mens. Enkel een grote verantwoordelijkheid voor de zorg om haar kinderen blijft over, toch is ze dankbaar dat al haar kinderen nog bij haar zijn. Meer dan duizend hulpverleningsorganisaties zijn nog actief in Haïti waaronder ZOA en W&D. In hoeverre is het straatbeeld al echt veranderd met het beeld van de met puin bezaaide wegen van net na de aardbeving? Noordzij vindt dat moeilijk te zeggen. “Ik weet dat heel veel Haïtianen de afgelopen maanden door het aanbod van werk of het krijgen van onderdak, voedsel of medicijnen geholpen zijn, maar daarmee zie je het straatbeeld niet direct veranderen. Natuurlijk heeft Haïti het geld wel heel hard nodig. Hierin zijn twee factoren belangrijk: ook vóór de aardbeving was Haïti het armste land op het westelijk halfrond. Dat kun je niet zomaar één, twee, drie oplossen. Daarnaast kent het land een historie van veel politieke onrust en corruptie. Daardoor is opbouw moeilijk. Maar het is niet onmogelijk, het duurt gewoon langer. Als NGO zoeken we in het getroffen gebied voor onze bouwprojecten naar een goede samenwerking met de overheid, bedrijven en kerken, omdat we denken dat de opbouw alleen goed kan ‘aarden’ in een civil society waar Haïtianen zelf het werk doen en zelf bouwen aan hun toekomst. Kerken zijn nauw verbonden met scholen, waardoor we ons ook kunnen richten op de toekomstige generatie.”