Het Verenigd Koninkrijk
verkeert in shock. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog bestuurt
een
coalitie van twee partijen het land. Alsof dat nog niet genoeg is,
schrijft de
nieuwe regering ook een referendum uit om het kiessysteem te hervormen.
Wat
houdt het Britse kiesstelsel precies in en waar komt het vandaan?
De basis van het Britse
kiesstelsel verschilt van die van Nederland. Nederland kent een democratie van
evenredige
vertegenwoordiging binnen een constitutionele monarchie. Een partij die tien procent
van de stemmen haalt, kan rekenen op eenzelfde percentage aan zetels in
het
parlement. Bovendien is de macht van de koning beperkt tot een
symbolische en
soms adviserende rol.
De
parlementaire democratie in het Verenigd Koninkrijk (Engeland,
Schotland, Wales
en Noord-Ierland) bestaat ook binnen een constitutionele monarchie, maar
dit
land heeft een meerderheidsstelsel gecombineerd met een enkelvoudig
districtenstelsel.
Iedere regio stuurt één afgevaardigde naar het parlement: het Lagerhuis
of
House of Commons.
Voor
kleinere partijen is het bijna onmogelijk om in veel kiesdistricten een
meerderheid te behalen. Er zijn 646 kiesdistricten, en dus ook 646
zetels. Elke
partij mag één kandidaat per kiesdistrict aandragen. Zo kan het gebeuren
dat
bijvoorbeeld de sociaal-democratische kandidaten in driekwart van de
districten veertig procent van de stemmen halen en er geen andere kandidaten met meer
stemmen
zijn. Zo krijgen de sociaal-democraten 484 zetels, terwijl zij ‘maar’ veertig
procent van de stemmen krijgen. Velen zien dit als de reden dat slechts
twee
partijen de grote machthebbers zijn in Groot-Brittannië. Volgens veel
mensen
zijn de grote partijen dan ook verantwoordelijk voor het in stand houden
van
het stelsel: zij hebben baat bij dit systeem, waarin ze een grote kans
maken
alleen te regeren. Vooral de Conservatieven zouden tegen hervormingen
zijn.
Een
opvallend verschil tussen het Britse en het Nederlandse systeem is dat
Britse
ministers, die deel uitmaken van de regering, ook een zetel in het
Lagerhuis of
Hogerhuis (Eerste Kamer) hebben. Zo maken zij op hetzelfde moment deel
uit van
de wetgevende (parlement) én de uitvoerende (kabinet) macht. Dat is een
apart
verschijnsel, omdat westerse democratieën voor een deel gebaseerd zijn
op de
idee van de scheiding der machten. Wetgevende, uitvoerende en
rechterlijke
macht moeten afzonderlijk van elkaar werken om zo corruptie en
belangenverstrengeling te voorkomen.
Groot-Brittannië wordt vaak
gezien als een voorloper in de West-Europese democratisering. De Magna
Carta
uit 1215 en de Bill of Rights uit 1689 worden vaak omschreven als
‘eerste
stappen’ op weg naar democratie. De Magna Carta legde namelijk de macht
van de koning
aan banden, en in de Bill of Rights werden de rechten van het parlement
definitief vastgelegd. De omschrijving van de eerste stappen naar
democratie is
niet geheel terecht, want de betrokkenen bij beide documenten hadden
absoluut
geen stemrecht voor het gehele volk voor ogen. Maar door oorkondes als
deze
werd de macht van de monarch ingeperkt, waardoor edelen en de gegoede
burgerij
meer kansen hadden om hun stem te laten gelden dan in bijvoorbeeld
aartsrivaal
Frankrijk. Na de Bill of Rights zou het nog zo’n honderdvijftig jaar
duren tot
het stemrecht voor de burgers geleidelijk werd uitgebreid.
Een
meerderheids- of districtenstelsel was redelijk gebruikelijk in
West-Europa. Zo had Nederland ook een districtenstelsel in de 19e
eeuw. Doordat veel mensen naar de stad verhuisden, raakten de districten
echter
zo uit balans dat voor het gemak de overstap naar een evenredig
kiesstelsel
werd gemaakt. In het Verenigd Koninkrijk is dit nooit gebeurd.
Qua politieke partijen kent
het Verenigd Koninkrijk twee leidende factoren: Labour en de
Conservatieven.
Labour werd opgericht in 1900 tijdens een arbeidersprotest. Aanvankelijk
streed
deze partij voor typisch socialistische zaken zoals een grote
overheidsbemoeienis in de economie en overheidsgefinancierde
gezondheidszorg.
Sinds de jaren tachtig is Labour echter een liberalere kant opgegaan.
De Conservatieve Partij is de grootste van het land en is ontstaan uit de achttiende-eeuwse Whig Party. Daarmee is ze de op een na oudste politieke partij van de wereld: alleen de Amerikaanse Democratische Partij bestaat langer. De
bekendste en beruchtste Tory van de afgelopen decennia is waarschijnlijk
Margaret Thatcher. Als premier deed zij in de jaren zeventig en tachtig stof
opwaaien door
een oorlog tegen Argentinië te voeren en met harde maatregelen de Britse
working
class tegen zich in het harnas te
jagen.
De
Liberal Democrats vormen de derde partij van het Verenigd Koninkrijk.
Dit is
een centrumlinkse partij die nu voor het eerst in haar geschiedenis deel
uitmaakt
van de regering.
De
andere zetels van het Lagerhuis zijn vooral voor national(istisch)e
partijen
uit Schotland (SNP, 6 zetels) en Noord-Ierland (Sinn Féin, DUP, samen 13
zetels). Ook Wales heeft een eigen partij die strijdt voor
onafhankelijkheid:
Plaid Cymru heeft drie zetels.
Groot-Brittannië stevende
na
de verkiezingen van 6 mei af op een hung
parliament: geen enkele partij haalde de
meerderheid van de
zetels. Binnen enkele dagen was een coalitie tussen de Conservatieven,
die de
grootste waren geworden, en de LibDems gevormd. De liberaal-democraten
van
leider Nick Clegg kregen de belofte dat er een referendum over het
kiesstelsel
zou komen en de Tories mochten de premier leveren. Dit werd David
Cameron, die
sinds 2005 aan het roer staat van de partij.
Maar
hoe nu verder? De Britse pers, die van oorsprong een belangrijke rol
speelt bij
de opinievorming, reageerde lacherig. Shotgun
marriage werd de coalitie genoemd. Een
cartoonist van Daily
Telegraphtekende een koelkast met
briefjes erop geplakt. 'Nick, we need
milk, D' en 'Dave, did u finish
houmous? N',
staat er op de briefjes om de liefdeloze
communicatie binnen het verstandshuwelijk weer te geven. Clegg zelf
beweert in The
Guardian van 14 mei dat de coalitie
niet alleen een doorslaand succes wordt, maar hij benadrukt ook dat het
de
enige optie was: een minderheidskabinet zou te fragiel zijn, en
coalitieonderhandelingen tussen Labour en de LibDems liepen op niets
uit.
Hoogstwaarschijnlijk
komt er een referendum over het kiesstelsel. Volgens
kenners zal
het Verenigd Koninkrijk geen systeem van evenredige vertegenwoordiging
invoeren. Met de Conservatieven als grootste partij moet je misschien
ook niet
te hard van stapel lopen als het om kieshervormingen gaat.
Of
de coalitie het gaat redden is nog niet duidelijk. Misschien moet de
Britse
regering een kijkje in de keuken van Den Haag nemen om erachter te komen
wat de
do’s en don’ts zijn als het
om coalitieregeringen gaat. Nederland
is twee, zelfs drie kapiteins aan één roer wel gewend.