Hoelang moet de wederopbouw van een
stad in Europa duren? Zondag 11 juli werden de ruim achtduizend
slachtoffers herdacht van de genocide bij Srebrenica, die nu alweer
15 jaar geleden plaatsvond. Anno 2010 willen de jongeren in het
stadje graag verder leven. Een toekomst opbouwen. Maar de open wonden
van de oorlog heersen nog altijd, zowel in het straatbeeld als in de
menselijke geest.
Waar er vorig jaar in Potocari (gemeente Srebrenica) met 534
kisten de op één na grootste massabegrafenis sinds de
Tweede Wereldoorlog plaatsvond, werd dit jaar een macaber record
gevestigd. In totaal 775 slachtoffers van de genocide zijn zondag
begraven en dat is de grootste begrafenis ooit.
Ondanks de jaarlijkse herdenking en de
rechtzaken die veelal prominent het nieuws halen, raakt Srebrenica in
de vergetelheid. Wederopbouw gebeurt er mondjesmaat. Beschoten huizen
staan er nog net zo bij als vlak na de oorlog. Langzamerhand worden
de ruïnes wel weer bewoond, maar een fijn leefklimaat is er
niet. Het stadje is zeer gepolariseerd. Bosnische Serviërs en Bosnische moslims leven langs
elkaar heen. En ook jong en oud leven in gescheiden werelden.
Documentair fotograaf Daniel Koning
reisde in 2009 drie keer naar Srebrenica om daar het dagelijks leven
van nu vast te leggen. “Het lijkt wel alsof daar nog maar drie jaar
geleden een oorlog woedde, niet vijftien jaar terug. Het litteken is
overal zichtbaar en voelbaar. Er is geen werk. En bezaait door de
gemeente liggen nog landmijnen. De miljarden aan hulp hebben
Srebrenica niet bereikt”, zei Daniel Koning bij de opening van zijn
fototentoonstelling ‘Zilverstad, Srebrenica 15 jaar later’.
De gemeente Srebrenica telt 10.000
inwoners en het stadje zelf bestaat uit 2.000 mensen. Er wonen
voornamelijk teruggekeerde vluchtelingen waarvan zestig procent
Serviërs en veertig procent moslims. In het boek behorende bij de
fototentoonstelling, komen enkelen van hen aan het woord. Abdulah
Purkovic, eigenaar van hotel Misrlije, beschrijft hoe het vroeger
was. “Voor de oorlog was de gemeente Srebrenica welvarend. Er waren
terrasjes en hotels. Je had het geneeskrachtige water uit de rivier,
Guber-Spa, waar veel mensen op af kwamen. Er werd goud gedolven en
zilver. De bauxietmijn draaide op volle toeren, en de houtkap was een
belangrijke bron van inkomsten. Er werd gevist in de rivieren, en
gejaagd. Ook werden er tochten door de ruige rivier georganiseerd. In
potentie is het hier nog steeds een toeristisch mekka. Maar ja, wie
gaat er nou zijn vakantie doorbrengen in Srebrenica?”
Veel vluchtelingen die gedurende de
oorlog zijn uitgewaaierd over Europa zijn nog steeds eigenaar van het
huis dat zij in de jaren negentig hebben verlaten. Om emotionele
redenen houden zij het aan, maar vaak doen zij er niets mee. “Wat
zou je er moeten doen als je teruggaat?”, vraagt Jasmina Tepic zich
hardop af. Op zesjarige leeftijd vluchtte zij en haar gezin uit
Srebrenica, zij woont sindsdien in Nederland. Voor haar
masterscriptie bezocht Jasmina Tepic het gebied vorig jaar. “De
huidige situatie van de jongeren wil ik vergelijken met die in de
tijd van het socialisme. Bij de gemeente kreeg ik een bureaucratisch
en strategisch verhaal. Elke kritische vraag werd op mij
teruggekaatst: Voel je je Bosniër of Nederlander? Je bent
vervreemd van je land. Ga je wel naar de moskee? Voor wie ben je als
Nederland tegen Bosnië voetbalt? De ambtenaar kon niet begrijpen
dat ik meerdere identiteiten heb”, vertrouwde zij Daniel Koning
toe.
Jasmina Tepic denkt er wel over haar
ouderlijk huis ooit op te knappen, maar nu nog niet. In het boek
vervolgt zij: “Voorlopig ga ik hier niet meer naartoe. Dit was een
beetje te veel. Alles staat hier stil. In het jongerencentrum merkte
ik ook dat er niet naar de toekomst wordt gekeken. Srebrenica is een
spookstad waar het slachtofferschap overheerst en waaruit de jeugd
weg wil.”
Haar verhaal is heel anders dan dat van
de jongeren die nu in Srebrenica wonen. Zij komen aan het woord in de
documentairefilm ‘Gestorven voor het Leven’, gemaakt door vijf
studenten Mediastiek in Groningen. “Wij wilden in beeld brengen hoe
het met deze jongeren gaat. Waar lopen jongeren in Srebrenica
tegenaan? Hoe zien zij hun toekomst? Wat zijn hun dromen?”, vertelt
Lisa da Licho. “Tijdens onze reis merkten we dat de jongeren niet
graag terugkijken, maar juist vooruit willen denken. ‘Waarom zouden
wij blijven hangen in het verleden?’ vroegen zij ons. Ondanks alles
staan zij redelijk positief in het leven.”
De documentaire toont de 27-jarige Adin
Mandzo. Hij woont al 17 jaar in Nederland en bezoekt jaarlijks zijn
familie in Bosnië. Adin Mandzo gaat in gesprek met de jongeren
die wonen in het naoorlogse Bosnië. Zij blijken dezelfde dromen
te koesteren als jongeren elders in de wereld. De één
droomt van een doorbraak als filmmaker in Hollywood en te worden
bekroond met een Oscar. Twee anderen, de vriendinnetjes Fatima en
Ramiza van 15 jaar oud, willen arts worden en professioneel
handbalspeelster.
De jongeren proberen op een eerlijke
manier te leven. Zij willen graag verder, maar lopen in Srebrenica
vaak tegen hindernissen op. Ze hebben last van corruptie en
ingewikkelde politieke spelletjes. Baantjes zijn moeilijk te vinden,
de werkeloosheid is er vijftig procent. Veel relaties lopen stuk
omdat deze niet stroken met de etnische achtergronden. Moslims en
Serviërs moeten niet mixen, denkt de meerderheid. De jongeren botsen
ook met hun ouders, die de geschiedenis blijvend naar voren halen in
hun dagelijks leven. “Velen hebben hun dromen verloren. In
tegenstelling tot Ramiza en Fatima. Zij hebben nog wel dromen en
geloven hierin. Dat vond ik ontzettend mooi”, zegt Adin Mandzo in
de documentaire.
Zowel Daniel Koning als de studenten
uit Groningen willen de herinnering aan Srebrenica levend houden.
“Het is belangrijk dat dit onderwerp in de actualiteit blijft.
Alleen met kennis over het verleden kan er op een goede manier
gebouwd worden aan een toekomst”, zegt Daniel Koning. “Ik zie
hier een belangrijke rol weggelegd voor de Nederlandse regering. Die
zou veel gerichter moeten investeren in wederopbouw.”
Maar in de Nederlandse politiek is
weinig draagvlak voor een actieve rol in het Srebrenica van nu.
“Schuld, schaamte en angst beletten Nederland zich direct betrokken
te voelen. Daarbij speelt ook een economisch aspect. Als zij nu
verantwoordelijkheid nemen, kan dat het signaal geven dat Nederland
bekent schuldig te zijn aan het niet ingrijpen toen de genocide
plaats had. Dat kan financiële consequenties hebben”, zegt
Dion van den Berg, van IKV Pax Christi.
Van den Berg hoopt desondanks dat het
nieuwe kabinet wil werken aan erkenning en wederopbouw. “Het is
niet zo dat Nederland niets doet. Zij doneren ieder jaar zo’n vijf
miljoen euro aan de UNDP voor aan Srebrenica gerelateerde projecten. Ten aanzien van diverse projecten mag je twijfels hebben, er zitten teveel schakels tussen. Daarom is een gerichte aanpak
nodig. Er zit nu een ex-Dutchbatter in de Tweede Kamer, Anne Mulder
van de VVD. Hij was erbij, misschien kan dat het debat in de Tweede Kamer een extra dimensie geven.”
Naast het politieke spel wordt er ook
juridisch nog altijd flink gevochten over de schuldvraag. Daniel
Koning citeert Zlatka Efendic die hij in 2009 buiten de rechtzaal in
Den Haag sprak. Met drie bussen vol vrouwen was zij vanuit Sarajevo
hiernaartoe gekomen. “We waren in Den Haag om Karadzic te
confronteren met de nabestaanden van zijn slachtoffers, we wilden hem
laten weten: we zijn er nog. Onze aanwezigheid was ook een aanklacht
tegen de Nederlandse staat. Wij willen dat Nederland schuld bekend en
schadevergoeding betaalt voor het gedrag van Karremans. Hij had ons
moeten toelaten op de Dutchbat-basis, ons moeten beschermen. De
Nederlandse soldaten hebben zich fatsoenlijk gedragen. Zij waren
zoals wij, ze waren heel bang.”
De rechter oordeelde vorig jaar dat de
Nederlandse staat in deze niet kan worden aangeklaagd. Nederland
werkte in Srebrenica in opdracht van de Verenigde Naties en die
geniet absolute immuniteit. Daar leggen de nabestaanden van de
slachtoffers zich niet bij neer, zo bleek begin deze maand. Zij
hebben een nieuwe aanklacht ingediend. Dit keer tegen
Dutchbat-commandant Karremans en majoor Franken. Zij worden
individueel beschuldigd van het assisteren bij genocide en
oorlogsmisdrijven op 13 juli 1995 in Srebrenica.
De fototentoonstelling 'Zilverstad:
Srebrenica, 15 jaar later' van Daniel Koning is te zien in het
Nationaal Monument Kamp Vught van 11 juni t/m 1 augustus 2010. De
entree is vrij.
Het boek 'Zilverstad: Srebrenica, 15
jaar later' is te verkrijgen in de boekhandel.